“haha. een tibetaans gedicht. in powerpoint.”
Twee principes. Eén: collegialiteit kent haar grenzen. Twéé: de smos kaas is een concept. De gevolgtrekking is dof van simpelheid. Ik doe het niet. Ik ga in de Krokanskie geen smos kaas-zonder-tomaten-augurken-boter-en-met-dressing-in-plaats-van -mayonaise bestellen. Dat er op kantoor mensen zijn die mijn naastenliefde proberen uit te leuren tot daar. Maar aan het concept van de smos kaas wordt niet geraakt.
Onderweg denk ik aan mijn grootmoeder. Woensdag vertrekt ze naar Rusthuis Herfstvreugde. Voorgoed. Als de carnavalstoet dit jaar voorbij komt, zal er bij het raam niemand meer staan te kijken. Oma heeft voortaan een kamer drie hoog, midden in het bronsgroen eikenhout. Om drie uur krijgt ze koffie en een wafel uit een plastiekje. Ze zal nooit meer vragen om rap een vleeskroket te gaan halen op de markt.
Ik had in de tijd nog korte, rappe beentjes en de aanwijzingen gingen als volgt: Hier hebt ge twintig frank. Eén vleeskroket uit het kraamke bij het postkantoor. Zeg tegen de man dat de vleeskroket niet te hard gebakken mag zijn. De woorden van oma waren amper koud of ik rende de Stationsstraat al uit en de Molenstraat in. Binnen de tien minuten stond in de achterkeuken één vleeskroket op tafel. Maar nooit heb ik één keer tegen de man gezegd dat de vleeskroket niet te hard gebakken mocht zijn.
Een vleeskroket saignant, hoe is het mogelijk. Vleeskroketten zijn moderne happen, wars van bakwijs. Daar heeft een mens zich bij neer te leggen. Voor je het weet zijn we bij de berenhap bien cuit beland. En toch. Mocht mijn grootmoeder deze trage dagen nog een vleeskroket wensen. Ik zou het zeggen tegen de man achter de frietketel: Alstublieft niet te hard gebakken. Mijn oma is 97. Het leven duurt te lang om je op te winden over principes.