I love pingpong
Andersom bestaat gelukkig ook, de kleine momenten van glorie. Op zaterdagochtend bijvoorbeeld in de Carrefour. Want het is best lollig als mensen raar kijken. Dat mijn haar er bijligt als een bijeengebonden vogelnest uit 2003 heeft geen belang. De mensen kennen me vast van mijn geschrijf. En van de foto die erbij staat. Ik ben niet zeker of het écht een goed idee is, maar soms streelt het … euh ja.
Uw neuske krult weer van plezier, lacht mijn vader dan. Hij is mijn specialist voeten op de grond. Dat ging zo. Als je in de jaren ‘80 bij ons thuis een partijtje tafeltennis verloor, was de daaropvolgende straf gekend. Op de lade met de paletten, de balletjes en het net plakte een blinkende sticker met I love pingpong erop. Die moest je na iedere nederlaag verplicht kussen. Kwestie van perspectief. Wie won, was alleen maar per ongeluk aan de vernedering ontsnapt. Je zult mijn vader dus zelden horen zeggen dat iets goed is. Omdat het volgende keer misschien wél mislukt. En anders zwijgt hij. Och ja, mijn tronie naast een stukje. Het had -indachtig de sticker met I love pingpong- beter gekund. Zowel het stukje als de tronie.
Ik weet de dag nog dat de fotograaf langs kwam om een portret te schieten. Goed, goed, zei hij, nu alleen uw ogen nog open houden. Wist hij veel dat dit half dichtgeknepen probeersel het beste van mezelf was. Normaal zie ik er beter uit, dacht ik. Het model treft geen schuld. Nooit. De fotograaf heeft het altijd gedaan. Ik probeerde me recht te houden aan een onnozel geloof terwijl ik gewoon op tijd had moeten gaan slapen. Ik wist tenslotte dat er een fotograaf ging komen en waarom. Helaas, alle goede voornemens ten spijt, was het wéér ver voorbij middernacht.
Het is me een raadsel waarom ik zo altijd zo laat wil opblijven. Misschien omdat ik me ’s nachts, terwijl de rest van de mensen slaapt en zwijgt, gemakkelijk specialer voel. Mijn vader vindt het alvast gewauwel van de bovenste plank en flauwekul voor mensen met valse snorren. Met al die wallen loopt ge erbij als een kasteelheer, merkt hij fijntjes op. Misschien is het daarom dat de kassierster soms zo raar naar mij kijkt in de Carrefour.






