Sunday, October 29, 2006

I love pingpong

Bescheidenheid? Nergens voor nodig. Bespaar ons, Heer, de kettingbol aan onze carrièregang! Soms ben ik Phil Bosmans, in de scheve versie. Ego’s worden zelden geschoren. Ego’s hebben haartjes. Speciaal om ze te kunnen aaien. Geef toe, iedereen heeft ergens wel een ijdel stukje pels.
Nochtans is een beetje onzekerheid nooit weg. Niets is zo vervelend als het grote gelijk. Ik zal geen namen noemen, maar sommige collega’s hebben inderdaad ego’s als hangsnorren zo opzichtig. Alleen gaat het daar nu niet over. Het betreft hier de gespeelde onschuld en het stiekeme plezier. Zelfs Luc Tuymans is ongemerkt een keer naar zijn eigen tentoonstelling geweest om de bezoekers te kunnen beloeren.
Spijtig genoeg mislukt het soms helemaal. Bijvoorbeeld in de IC-trein van Brussel Noord naar Antwerpen-Berchem. Er zit een man tegenover mij met de juiste krant in handen. Maar net als hij het belangrijkste artikel nadert, bladert hij driftig verder richting voetbaluitslagen.
Andersom bestaat gelukkig ook, de kleine momenten van glorie. Op zaterdagochtend bijvoorbeeld in de Carrefour. Want het is best lollig als mensen raar kijken. Dat mijn haar er bijligt als een bijeengebonden vogelnest uit 2003 heeft geen belang. De mensen kennen me vast van mijn geschrijf. En van de foto die erbij staat. Ik ben niet zeker of het écht een goed idee is, maar soms streelt het … euh ja.

Uw neuske krult weer van plezier, lacht mijn vader dan. Hij is mijn specialist voeten op de grond. Dat ging zo. Als je in de jaren ‘80 bij ons thuis een partijtje tafeltennis verloor, was de daaropvolgende straf gekend. Op de lade met de paletten, de balletjes en het net plakte een blinkende sticker met I love pingpong erop. Die moest je na iedere nederlaag verplicht kussen. Kwestie van perspectief. Wie won, was alleen maar per ongeluk aan de vernedering ontsnapt. Je zult mijn vader dus zelden horen zeggen dat iets goed is. Omdat het volgende keer misschien wél mislukt. En anders zwijgt hij. Och ja, mijn tronie naast een stukje. Het had -indachtig de sticker met I love pingpong- beter gekund. Zowel het stukje als de tronie.

Ik weet de dag nog dat de fotograaf langs kwam om een portret te schieten. Goed, goed, zei hij, nu alleen uw ogen nog open houden. Wist hij veel dat dit half dichtgeknepen probeersel het beste van mezelf was. Normaal zie ik er beter uit, dacht ik. Het model treft geen schuld. Nooit. De fotograaf heeft het altijd gedaan. Ik probeerde me recht te houden aan een onnozel geloof terwijl ik gewoon op tijd had moeten gaan slapen. Ik wist tenslotte dat er een fotograaf ging komen en waarom. Helaas, alle goede voornemens ten spijt, was het wéér ver voorbij middernacht.

Het is me een raadsel waarom ik zo altijd zo laat wil opblijven. Misschien omdat ik me ’s nachts, terwijl de rest van de mensen slaapt en zwijgt, gemakkelijk specialer voel. Mijn vader vindt het alvast gewauwel van de bovenste plank en flauwekul voor mensen met valse snorren. Met al die wallen loopt ge erbij als een kasteelheer, merkt hij fijntjes op. Misschien is het daarom dat de kassierster soms zo raar naar mij kijkt in de Carrefour.

(eerder verschenen in Vacature)

Posted by An Olaerts at 10:29:31 | Permalink | Comments Off

Friday, October 27, 2006

Misschien een neushoorn

De man gisteren tegenover mij in de trein, zat van Gent tot Dendermonde met een stukje papier te friemelen. Gij se stoefer, dacht ik. En daarom heb ik niet gevraagd welk beest hij aan het plooien was. Toen het klaar was zette hij het met een raar lachje tegenover mij. Ik heb er niet naar gebougeerd. Tot hij uitstapte en er een mevrouw met een roze jasje op zijn plaats ging zitten.

 

Posted by An Olaerts at 14:09:24 | Permalink | Comments Off

Thursday, October 26, 2006

Het vrolijke bellersuur

Gisteren, uur of nul twee, was het happy hour bij VTM: twee antwoorden voor maar één keer bellen. Inzet 300 euro. We zochten naar een dier dat begint met de letter P. Passeerden achtereenvolgens de revue:

-Piering. Nee? Dju toch!

-Pirara? Mja, ik was ook niet zeker.

-Papierworm. Ai. Volgende keer misschien.

-Pannenlakker. Bestaat wél echt. Zeggen wij thuis tegen een soort vlinder.

-Prins-bernardshond. Ook niet? Miljaar!

En wat deed Tante Annie tijdens het vrolijke bellersuur? Prutsen, prutsen en prutsen aan Hugoo.be. Ga anders eens loeren.

Posted by An Olaerts at 09:34:07 | Permalink | Comments Off

Tuesday, October 24, 2006

De mormels van Ricky Gervais

Vandaag ontdekt in de nieuwe Snoecks Almanak: de mormels van Ricky Gervais, ofte de man van The Office. Ze heten de Flanimals, ze zijn met zijn vijfendertigen en ze zitten aan boek drie. Daarenboven krijgen de mormels binnenkort een show op de Engelse tv.

Lijken me lollige mormels, te meer omdat ze zo raar zijn als de gorgelrijmen van wijlen Cees Buddingh’, die ik voor de gelegenheid hieronder zal citeren.

De vijfvooreenhoorn

In een bos vol brem en sleedoorn

leeft de laatste vijfvooreenhoorn.

Eenmaal huisde zijn familie

van Bongolië tot Prazilie,

en van Wladiwos tot Inneken

hoorde men ze vrolijk hinniken.

Posted by An Olaerts at 08:47:46 | Permalink | Comments Off

Monday, October 23, 2006

Italiaanse botjes

Ik heb nieuwe laarsjes, Italiaanse, hele mooie, voor 295 euro. Mijn vader vroeg zich af of ze misschien al korting gaven. Zo snel heb ik ze betaald en meegenomen. Koopzondag, dat krijg je daar nu van. Het gaat niet goed met mijn financiën. Het gat moet dringend worden dichtgetypt. Gelukkig zijn het héél speciale schoenen. Ze hebben elegante hakjes die met leer zijn overtrokken, ideaal voor mijn gevoel van hiërarchie. Ik sta er wat wankel mee op de pootjes, maar het houdt een mens scherp. Wee het onbenul dat carrière maakt op zijn lompe klompen. Een omgeslagen, dikke enkel is goed tegen de pretentie.


Misschien moesten de heren postenjagers ook maar eens een Italiaans botje onderbinden. Geen putje in de Meir, beste heren, of u trapt er met de hakjes in. Evenwicht, strakke kuiten en zelfreflectie, daar gaat het om. Let op de weg en pas op uw tellen. Oversteken doet men in schoonheid. Overmoedigheid zal met verstuiking worden afgestraft. Om nog te zwijgen over het gekke dansje dat eraan voorafgaat. Uiteraard doet u of het bij de marketing hoort, maar iedereen ziet meteen dat het een foute zet was. Krak. Doeme toch! En vloekend hinkelt de CEO de Hema binnen voor een ander paar kousen.

De zeven hoofdzonden bestaan alleen in Humo en Hoogmoed komt voor den val is gezeur van tegeltjes in de Marollen. Tenzij u ergens heen moet op hoge-met-leer-overtrokken hakken. Ik kan u de oefening van harte aanbevelen. Ook al staan uw kuiten vol met haar en zweert u bij het comfort van Ambiorix. Ik kom ook van ver. Waar is de tijd heen dat ik op de redactie van Het Belang van Limburg binnenkwam. Nul besef en ondoordacht. Geen idee hoe ik de dingen die toen aan mijn voeten zaten, moet omschrijven. Hakken hadden ze niet, zolen des te meer, aan iedere kant acht centimeter gespoten schuim. Een ferme reep velcro hield de zaak aan de bovenkant dicht. Ik had ze bij Torfs gehaald, op eigen initiatief en tegen alle advies. Dat ze niet veel kostten mocht niet baten. Mijn moeder was in alle staten.

Mij kon het allemaal niet bommen. Of ik indruk maakte niet. En welke indruk ik maakte ook niet. Ik had trouwens barstende koppijn, van mijn haar drie keer te bleken in de lavabo van kamer in Leuven. Ik had de hele ochtend in de ammoniakdamp gehangen om scheikundig blond te worden. Het vel brandde en spande om mijn hoofd en verder reikten mijn kopzorgen niet. Zo stond ik op de redactie te wachten. Op een fotograaf. De opdracht was een reportage over vier mevrouwen die in de ban waren van Swarovski. Goed voor vier verhalen en evenveel portretten met kristallen beestjes erbij, maar de fotograaf liet op zich wachten.

Tot ineens een man met een baardje naar mij kwam toegestapt. Aha, riep ik uit, daar zijt ge eindelijk, de fotograaf. De man gaf mij een hand en stelde zich voor als ene Marcel Grauls, hoofdredacteur van Het Belang van Limburg. Tot zover mijn hiërarchisch inzicht. Bijna was mijn kapsel van verstomming op mijn afschuwelijk gemakkelijke schoenen geknisperd. Achter hun computerscherm lachten de collega’s. Het zal me deze dagen niet meer overkomen. Ik heb mijn les geleerd. Morgen viert Vacature feest. Ik heb speciaal nieuwe laarsjes, Italiaanse, waar ik alleen maar voorzichtig op vooruit kom. En ik weet hoe Christian Van Thillo eruitziet.

(eerder verschenen in Vacature)

Posted by An Olaerts at 09:08:05 | Permalink | Comments Off

Sunday, October 22, 2006

Vermoeienis

Wat er kan gebeuren als ge een paar dagen onder de vier uur slaap duikt? Ge hoort uzelf rare zinnen zeggen zoals daar zijn: Was dat met u dat ik eens samen in het verkeerde keelgat zat?

Daarna heb ik één pintje gedronken en sloeg gelukkig de hele zekeringenkast door. Soms kunt ge beter zwijgen.

Posted by An Olaerts at 13:02:27 | Permalink | Comments Off

Wednesday, October 18, 2006

Tv is toch bedoeld om van te dromen zeker. Doeme toch.

Aub niet bellen en niet storen. Ik ben niet thuis. House, MD is op tv. En ik heb de 20 romantische seconden van vorige week al gemist.

Eigenlijk is er maar één ding aan dokter House dat op de zenuwen werkt en dat is zijn patiëntengezwets. Ik wil een kus zien. En vlug. Is dat nu zo veel gevraagd. Doeme toch. Tv is toch bedoeld om van te dromen zeker.

Posted by An Olaerts at 22:42:32 | Permalink | Comments Off

Monday, October 16, 2006

Zwetsen met Bart De Pauw

(…)

Waarom wilde jij persé een programma maken met de Neveneffecten?
“Omdat ze een goed gevoel voor humor hebben en omdat ze jong en goedkoop zijn. En ook omdat ik mentor een mooie titel vind. Ze moeten tenslotte wel meneer Bart zeggen.” (lacht)


Dus jij bent de oude rot in het vak, de baas in huis?

“Het enige verschil is dat ik een beetje meer ervaring heb dan zij. Maar wees gerust, het is twee jaar geleden dat ik ze voor het eerst ontmoet heb. Het ontzag dat ze voor mij hebben is sindsdien ver zoek. Eigenlijk doen ze mij denken aan mezelf ten tijde van Buiten de zone. Ik ben ook ooit jong en mager geweest. Hun gedrevenheid werkt aanstekelijk.”

Nadeel is misschien dat de humor van de Neveneffecten tamelijk absurd is. Ben je zeker dat Willy’s en Marjetten zal aanslaan bij het zondagavondpubliek van Eén?

“Ach, ik heb geen zin meer om me in allerlei bochten te wringen voor de kijker. Het maakt niet uit als er straks geen miljoen mensen kijkt. Rond de 800.000 is ook nog goed. (lacht) In ieder geval ben ik ervan overtuigd dat mijn moeder het een grappig programma gaat vinden. De basis is misschien absurd, maar we hebben wel naar herkenbaarheid gestreefd.”

Herr Seele vindt dat jullie de mosterd gehaald hebben bij Studio Kafka, het radioprogramma dat hij destijds met Kamagurka maakte.
“Als het enigma Herr Seele het zegt, zal het wel waar zijn zeker. (lacht) Ik heb voor dit programma niet naar Studio Kafka geluisterd, maar het is waar dat alles al gedaan is. Alleen niet door mij en de Neveneffecten.”

Een titel als Willy’s en Marjetten doet vermoeden dat jullie gaan lachen met de gewone mens. Is dat zo?

“Maar nee. Wij lachen alleen met de mens die zichzelf niet kan relativeren. Neem nu de man uit Wippelgem die erop staat dat Fata Morgana naar Wippelgem komt. Hij heeft een Chinees feest georganiseerd compleet met scheve draken en slecht geschminkte Chinezen omdat Luc De Vos hem in een zatte bui vanalles heeft beloofd. Het zijn trouwens niet alleen gewone mensen die aan bod komen. We hebben ook slimme, gecultiveerde mensen in de aanbieding. Zolang ze maar fanatiek zijn.”

En uit Oost-Vlaanderen komen?
“God ja. We hadden een habitat nodig, een rode draad voor de filmpjes. Uiteindelijk hebben we gekozen voor een vrije televisiezender, ergens bij iemand thuis. Omdat we allemaal uit Oost-Vlaanderen komen, was de keuze snel gemaakt. Voor de rest hoeven ze zich in Limburg geen zorgen te maken. Alleen het dialect is Oost-Vlaams. Willy’s en Marjetten gaat over de problematieken van de hele wereld, maar dan onder de kerktoren.”

De man van Melle komt uit dezelfde provincie. Speelt hij ook mee in Willy’s en Marjetten?

“Nee. De Man van Melle is op.”

(…)

(verschenen op 4 oktober in HLN)

Posted by An Olaerts at 08:15:33 | Permalink | Comments Off

Sunday, October 15, 2006

Raamprostitutie.

 
Posted by An Olaerts at 16:09:44 | Permalink | Comments Off

Geleasde stoefkonten

Ochtend aan de voordeur. Tanden gepoetst. Klaar voor nog een interview. Helaas, condens in de Fiesta Rossa. De boosdoener zit in het deurvak: een vergeten klokhuis. Ik ben geen uitzondering. Volk met ministeriële persplaten achter de voorruit -ik moet dringend sproeivloeistof bijvullen- is vaak wat aan de vieze kant. Binnenlandse Zaken moest het weten. Ik heb eindredacteurs gekend bij wie er mos groeide op de hoedenplank. Ik ben met fotografen meegereisd die zich hopeloos excuseerden voor het geurige sportgerief op de achterbank. En ik heb me aan het station laten afzetten door een hoofdredacteur die heel voorzichtig reed omdat zijn asbak vol zat.
***
Uiteraard bestaan er persmensen die wél netjes zijn. Zo ontstond er aan de voordeur van De Morgen eens verwarring over een geparkeerde auto die én opgeruimd was én een persplaat had. Van wie, zou die zijn, vroegen twee journalisten zich af. En ze drukten hun nieuwsgierige neuzen tegen de achterruit. Geen oude gazetten te zien, geen halfopgegeten Total Fina-sandwiches en geen beduimelde vodjes met telefoonnummers. Raar, merkten ze op. Maar het werd nog raarder, toen het portier ineens openging.
Mogen wij u eens wat vragen, vroegen ze bedremmeld aan de man die uitstapte. Bij welke krant werkt gij, dat gij zo’n mooie auto hebt? De man antwoordde dat hij chauffeur was en dat mijnheer Christian Van Thillo binnen een bespreking had. De twee reporters gingen tamelijk beschaamd terug aan het werk.

Als ik de Fiesta Rossa met persplaat voor een glazen kantoorgebouw parkeer, staan aan weerskanten bijna altijd grijze Audi’s te glimmen. In dit land rijden een half miljoen firmawagens rond. Firmawagenlozen durven desomtrent wel eens te vloeken. Mij kan het weinig schelen. Het enige wat ik slecht verdraag zijn geleasede stoefkonten. Bezitters van bedrijfswagens durven namelijk wel eens ten hemel stijgen op hun wolk van CO2, maar verder heb ik geen klachten.
Ik ga vlotjes mee in onoverkomelijke besteldilemma’s. Ik heb een mening over het verschil tussen dolfijngrijs en lavagrijs. Ik heb begrip voor zorgen zoals: kies ik voor een extra armsteun of ga ik toch voor de aluminium details op het dashboard. En ik pleit onomwonden voor leren zetels.

Passagier zijn in een bedrijfswagen is me een waar genoegen. Bedrijfswagens zijn netjes, ze hebben leren zetels en ik moet niet achter hun stuur zitten. Eigenlijk is het een zeer gevaarlijke combinatie. Toen de feiten zich voordeden was de zomer nog niet begonnen, maar het braakverhaal blijft me tot vandaag achtervolgen. De nieuwe BMW 330 xd Touring van een bevriende plant manager was gearriveerd, safierzwart, groot en mooi. Wij uitgelaten op restaurant om te vieren met spaghetti vongole, een karaf vino della casa en een druppel limoncello. Ik werd beter en beter gezind, nota bene van andermans firmawagen.

Onderweg naar huis bekeken bleek ook de citroenlikeur er voor iets tussen te zitten. Ik zei nog: Wat gaat gij wild door de bocht van Leuven, maar toen was het al te laat. Gelukkig bewees de BMW aan het tankstation van Rotselaar hoe onderhoudsvriendelijk firmawagens zijn. Zeker met leren zetels en zonder persplaat. In het geval van spaghetti vongole op de stoffen zetel van een Fiesta Rossa kom je met drie papieren zakdoekjes niet toe.
(eerder verschenen in Vacature)
Posted by An Olaerts at 16:06:49 | Permalink | Comments Off