Wrevel tussen oma en opa
-Gij moet niet zo niet lachen als dat kind iets verkeerd doet.
-Ik ben niet aan het lachen.
-Ge zijt wél aan het lachen.
-Ik ben met iets anders aan het lachen.
-Gij moet niet zo niet lachen als dat kind iets verkeerd doet.
-Ik ben niet aan het lachen.
-Ge zijt wél aan het lachen.
-Ik ben met iets anders aan het lachen.
De beste pakskes zijn de pakskes die ge eigenlijk zelf wilt houden. Vandaar dat wij nu een beetje missen: Tingo en andere buitengewone woorden uit de hele wereld. In het boekje staan rare woorden in allerlei talen. In het Engels zag het er nog beter uit.

Gelukkig heb ik voor het inpakken uitgebreid geblaard. Voortaan weet ik nu dat Albanezen 27 woorden hebben voor snor, van olirs ur ofte puberdons tot jshes ofte bezemachtige snor. Plus dat het Japans vijf soorten buigingen beschrijft tussen eshaku voor een exemplaar met een hoek van 15° tot pekopeka voor herhaalde buigingen op kruiperige wijs. Tenminste, als mijn eigen geschrift mij niet bedriegt. Want de notities zijn verfrommeld. En het boekje is weg. Helaas.
Zelf was ik behoorlijk tevreden over mijn optreden. Ik wist namelijk in hoeveel haasten ik naar de Kempen was gestoven en hoe hard ik over het parkeerterrein had moeten lopen om op tijd te zijn. Mijn haar had ik gedroogd met de autoverwarming. Mijn wenkbrauwen had ik geëpileerd voor een rood licht. Mijn zus moest niet zeuren. Verfomfaaid of niet, kantjeboordje was het me toch maar weer gelukt. Ik ben niet zomaar the Queen of Timing. Deze procrastinator krijgt altijd haar zin.
Procrastinator. Het woord klinkt alsof ik brontosaurusgewijs uit het Krijt kom geritseld, maar daar heeft het niets mee te maken. Procastinators zijn mensen die taken uitstellen, deadlines uitleuren en zichzelf expres op de zenuwen werken. Hun mooiste moment is altijd het laatste moment. In de psychologie worden wij beschreven sinds de zestiende eeuw. Wij zijn niet raar, wij zijn niet zelden en wij zijn niet nieuw. De tand des tijds bijt zichzelf in de staart.
Beter zal het er niet op worden, maar wie weet blijft de slechtheid bij het oude. Allemaal vals optimisme, want het wordt helaas alleen maar erger. Vroeger leerde ik Deutsche Stammformen op de speelplaats en verbaasde ik me op lege perrons over de stiptheid van de NMBS. Nu lieg ik over knalpotten die onderweg van mijn auto vallen en parkeer ik scheef om tijd te winnen. Gps is weliswaar een zegen, de miraculeuze genezing blijft voorlopig uit.
Misschien moet ik in therapie. Misschien moet ik naar Scherpenheuvel. Brand ik een kaars, schrijf ik een brief naar ‘t Lievevrouwke en eet ik een wafel in taverne St.-Jozef. Als ik tijd heb. Morgen.
In ieder geval, met mijn grafschrift ben ik nu al klaar. Als deze procrastinator zal zijn uitgestorven, wil ik een steen met: Hier ligt the Queen of Timing zonder schmink. Elk verhaal eindigt goed, zolang ge er maar op tijd mee ophoudt.
Robert Long zat vorige week in Titaantjes op Radio 1. Dat hij niet zo veel vrienden had, zei hij, en dat hij voor zijn handvol vrienden waarschijnlijk ook niet door het vuur zou gaan.

Nee, zei hij, ik ben hoogst onbetrouwbaar. Trek één nagel van me uit en ik vertel je alle geheimen, zelfs als ik er niets mee te maken heb. Anne Frank zit in het achterhuis! Ziezo. Hier kunt ge horen waarom het stom is dat hij dood is, Robert Long.
Kerstmis is broodbakmachinetijd. En daarom staat hier voortaan een Domo B3965 te blinken. Er zat helaas nul gebruiksaanwijzing in de doos, maar dat kon de pret niet drukken. De staf van Sinterklaas was namelijk wel meegeleverd. Ik zeg de staf van Sinterklaas, maar eigenlijk is het een klein gedraaid ijzerke waar ge het kneedblad uit de korst van uw brood moet peuteren.

Voorts droom ik van sappige briosjen, keizersbroodjes, rozijnenbollen en ontbijt in bed. Ik zeg u, de Domo B3965 werkt danig op uw fantasie. Iedere keer als ik de keukendeur opendoe vrees ik dat het deeg me tegemoet zal komen. Van alle gisten en wonderbaarlijkheid prompt uit de B3965 ontsnapt.
Och, het hoeven niet altijd gewone grafen te zijn, à la Vanfleteren, Hendryckx of Blancquaert. Freya Maes kan net zo goed, camera in een plastieken zak en verder nul kapsones. Omfloerst? Mevrouw, meneer, daar doen wij niet in. Klik. Van gebronzeerde coiffeur en een springkasteel met Allerheiligen tot ontdekkingen op Batibouw.

Het mens heeft helaas website noch lawaai, maar hier staan 80 foto’s te kijk. Soms is het om mee te lachen. Soms zijt ge niet zeker.
De collega’s hebben zin in köttbullar. Zweedse balletjes zijn nochtans niets speciaals, ook niet als ze met vijftien tegelijk op een bord liggen. Hij vraagt aan haar of ze wil proeven. Precies of ze bij Ikea sóórten gehaktballetjes hebben. Maar zij knikt en teder prikt hij een half bouletje op zijn vork. Bouletten worden hapjes, hapjes snoepjes en zinnen zoenen. Lady en de Vagebond zitten in de Ikea. Ze houden elkaars hand vast.
Een tafel verder zit een ontsnapte thuiswerker. Ik. Met een gratis kop koffie omdat ik kerstlampjes en een rol inpakpapier heb gekocht. Ik gaap ongegeneerd. Hij heeft zich zeker al een keer afgevraagd hoe ze er zonder kleren uitziet. Zij heeft dat laatste sms’je gisterenavond gelukkig niet meer verstuurd. Te onomwonden opgewonden om nog charmant te zijn. Daarom, denk ik.
En ineens hoor ik hem vragen of zij in eeuwige trouw gelooft. Hij vindt namelijk dat De. Mens. Niet. Gemaakt. Is. Voor. Monogamie. Ik verslik me bijna in mijn koffie. Dat hij blijkbaar getrouwd is maakt nochtans weinig verschil. Van mij mag iedereen facilitair friemelen met iedereen. Ik wil zelfs aannemen dat de mens écht niet gemaakt is om monogaam te zijn. Als ik met vijftien köttbullar zou kunnen scoren, zou ik het tenslotte ook niet laten.
Maar! Sinds wanneer, beste meneer, is de natuur des menschen iets dat we moeten koesteren. U beseft toch dat u, door te referen aan uw aangeboren onfatsoen, de beschaving op losse schroeven zet. Driften, meneer, daar doen wij al sinds mensenheugnis niet meer in. Dat hebben wij zo afgesproken. Hoe denkt u dat dit woonwarenhuis er zou bijliggen als de aanwezigen één namiddag alleen maar zouden doen waarvoor ze gemaakt zijn? Goede manieren, meneer, daar zijn mensen niet voor gemaakt. Daarom hebben we ze uitgevonden. Monogamie is één. Werklust is twéé. En toen hoorde ik mijn rol inpakpapier op zijn schedeldak neerploffen. Had hij maar ergens anders facilitair moeten gaan friemelen. Ik doe soms ook graag mijn eigen zin.