Monday, January 29, 2007

Are you alone home?

Are you alone home? Dat vroeg de leurder met Vlaams accent en verkeerde r toen de genaamde Laura Vaes de deur openmaakte. Precies of ze er niet écht woonde. Precies of de baas niet thuis was. En of ze geen Nederlands kon. Laura Vaes verbaast er zich niet meer over. Laatst ging ze nog naar de apotheker voor zonnecrème. Wilde de brave pillendraaier weten of ze op reis ging naar Vietnam. Terwijl Laura simpele skiplannen had in Oostenrijk.


Ach ja, Laura is het gewoon. Net als de sjing-sjang-jongmoppen en de fokkie-fokkie-voor-five-dollarvoorstellen op café. Laura loopt erbij als een goedkoop hoertje, een makkelijke catalogusbruid, een nijvere schoonmaakster of een staatsacrobaat. Dat ze tweetalig (Mandarijn noch Cantonees) is, aan de kost komt als sales manager én een dikke Alfa onder de kont heeft, gaat de normale verwachtingen ver te boven. Het ligt aan de oogjes van Laura, en aan haar neus. Die is minder lang dan de meeste neuzen in dit land. En dat ik vooral haar vreemde vel niet vergeet te vermelden!

Laura is de enige Chinees die ik ken. En dan is het niet eens een échte Chinees. Laura is zoals de voordeligste flatscreens: made in Korea, en zoals het gezelligse carnavalbal: van de Maaskant. Eén keer is ze teruggeweest naar het weeshuis in Seoul. Het was geen groot succes. De oosterse sms’en gingen van Boef niet te vreten en Zit met koppijn in tempel. Toen ze terugkwam was het motto eens te meer Thuis is waar de Stella staat. En we voegden de daad luidruchtig bij het woord. Kers op de avond was kebab bij de Sultan. ’s Anderdaags durfden we de deur niet uit zonder een instant Motilium onder de tong. Maar de tijden zijn veranderd.

Voortaan zijn we bang van de kater. En van de Chinees natuurlijk. Want de Chinees pakt ons werk af. Komt omdat hij goedkoop is en stom. Waarom zou hij anders jeanbroeken stikken en gsm’s in elkaar friemelen tot zijn oogjes helemaal dichtvallen.
Nog even en we peddelen met zijn allen over de Donau naar Azië omdat er hier niets meer te rapen valt. Oh de miserie die ons te wachten staat! Er zit een bootvluchteling in ieder van ons! Daarom moeten we innoveren, zeggen ze.
Wars van macro-economisch inzicht, vind ik het toch een rare oplossing. Precies of de Chinezen niet genoeg verstand hebben om zelf iets nieuws te bedenken. Begot, ze hebben de kruiwagen uitgevonden vóór Christus. Ze hebben inkt bedacht, papier en buskruit. Ze hebben pi berekend tot vijf cijfers na de komma, terwijl Archimedes niet verder dan twee geraakte.

Het lijkt misschien lang geleden, maar dat is het niet. Naar het schijnt heeft Peking bijna een miljoen onderzoekers onder dak. Research en development wordt de topprioriteit, zei de genaamde Hu Jintao, president van China en hij voegde 136 miljard dollar bij het woord. Allemaal Chinese na-aperij, dat is het. Onze innovatie is van een andere orde. Onze innovatie maakt het verschil. Alleen onze zelfingenomenheid is misschien wat aan de ouderwetse kant. Vraag maar aan Laura Vaes als ze de deur openmaakt met kleine oogjes: Are you alone home?

(eerder verschenen in Vacature

Posted by An Olaerts at 12:10:49 | Permalink | Comments Off

Friday, January 26, 2007

Ik kan ook belangrijk doen

Posted by An Olaerts at 09:31:10 | Permalink | Comments Off

Thursday, January 25, 2007

Elfportr

Posted by An Olaerts at 22:53:46 | Permalink | Comments Off

Monday, January 22, 2007

Hoe zou Albert I proeven?

2007 is het jaar van het varken. En om dat te vieren hebben de Chinese posterijen een zegel uitgebracht die naar varkensvlees smaakt als ge eraan lekt.

Aan de voorkant kunt ge aan het varken krabben waaronder de geur van een Chinese schotel verborgen zit. Hier kunt ge proberen om meer te lezen. Ik kan het alvast niet laten me af te vragen hoe Albert I zou proeven.

Posted by An Olaerts at 15:00:03 | Permalink | Comments Off

Sunday, January 21, 2007

Doeme toch. Precies of ik het ooit nog allemaal ga lezen ook.

Maastricht geweest. Boekwinkel in een oude dominicanenkerk. Ge kunt er een stukske Limburgse vlaai plegen en boeken kopen. Aldus weer door de knieën gegaan. Doeme toch. Precies of ik het ooit nog allemaal ga lezen ook:

Het verdwijnwoordenboek met daarin soppedoppen voor het koekje in de koffie, gemoedskrankte voor een boze bui en chinaasappel omdat appelsienen een Chinese uitvinding zijn. Daarnaast Het boek uit de hemel, een spannende geschiedenis over de Islam met als hoofdpersoon ene Zaid, destijds de achtjarige secretaris van Mohammed. Stel u voor. Hij heeft écht bestaan maar horen doet ge er niets van.

Na de kerk zijn we ongehoorzaam doorgestoten naar De Slegte waar we voor slechts € 8,50 Hoe kwamen zij aan hun einde hebben gekocht. Daarin staan de laatste ogenblikken van beroemdheden zoals Hannibal, Jeanne d’ Arc en Walt Disney. Op de achterkant van het boek zegt een anonieme sterveling: Als dit doodgaan is, dan heb ik er geen hoge dunk van. Vod dat ik ben. Allemaal zonder weerstand gepind.

Posted by An Olaerts at 17:43:09 | Permalink | Comments Off

Friday, January 19, 2007

Joemen riesorses

Laatst zat ik in een pendelbusje tussen een parkeerterrein en een duur bedrijfsfeest. Boos was het woord niet, maar toch een beetje. De stoel naast me was leeg, bleef leeg. Nochtans had ik mijn best gedaan om mee te doen. Bij wijze van voorbereiding was ik uitgebreid naar carrièretijger.nl gesurft. Sitjoewijsjenel liedersjip. Tsjek! Ellevijtor pitsj. Tsjek!
Thuis voor de spiegel zag ik eruit alsof ik erbij hoorde, maar de bus bewees het omgekeerde. Ik wenste dat ik boodschappen bij me had, compleet met prei en al, om de stoel naast me te kunnen bezetten. Dan hoefde er niemand naast me te komen zitten. Slechte gedachten in de bus. Ach wat, waarschijnlijk hadden ze de poedel in het wolvenroedel op de parking al geroken. Wong ettitoet. De tok niet gewokt.

Maar ineens was er toch iemand die naast me wilde komen zitten. Aangenaam, zei hij. En hij rook lekker. Zijn naam ben ik vergeten, maar wat hij was, heb ik wél onthouden: plant manager. Dat komt omdat plant managers tot mijn verbeelding spreken. Ze zitten in mijn vocabularium opgeslagen tussen de trefwoorden cactusclub en bloemschikken. Niet eens zo toevallig, denk ik, maar daar heb ik de plant manager niets van laten merken. Netwokking was de kieweut.
Hij wilde weten wie ik was en wat ik deed. Aha, reageerde de plant manager. Journalist bij Vacature! Boeiende ijtsj ar toel. En toen wist ik niet meer wat zeggen. Van slag liet ik me ontvallen dat ik hoopte op veel toastjes omdat ik nog geen avond had gegeten. Hoe verkeerd! En hoe of toppik!

Vreemd, want normaal hebben joemen riesorses geen geheimen voor mij. Embiejij? Met mij ook! Inhoud is contentement. Vergaderingen zijn voor mietjes. Waar een skil is, is een weg. En de handelsreiziger is dood. Hij heet nu sijls manager, met de wind in het zeil van de bek offis. Breek mij de bek niet open. Woorden zijn bretellen om je carrière mee op te houden. Volgende keer dat ik nieuwe visitekaartjes knip, zet ik er rieseusj en komjeuniekeesjens manager op. Ze zullen vechten om naast me in de bus te zitten.

In Engeland is er onderzoek naar gedaan. 141.000 soorten jobtitels hebben ze geteld. 60.000 daarvan zijn er voor functies binnen de ai tie. Ze beweren soms dat computermannen geen voeling hebben met poëzie, maar met 25.898 verschillende benamingen voor dezelfde manager, lijkt me dat een dwaling tot en met. Vergeleken met deze taalbombarie is Hugo Claus een onnozele seut.

Bisnis is de nieuwe wildernis. Tsjellensj. Tsjek! Kompetitif kal? Tsjek! Alleen van concullega’s moet ik niets hebben. Omdat ze klinken gelijk een glibberige ziekte. En van ijtsj ar toel had ik helaas nog nooit gehoord. IJtsj! Ar! Toel! Ik dacht dat het toverspreuk was van de joemen riesorserer, een onbeleefd bevel om in een prinses te veranderen. De zin in feest en floor management verdween in het niets. Het werd hoog tijd voor een target sjift, uit de bus en intoe de witte wijn. IJ es ij pie. Dikke merci.
Posted by An Olaerts at 23:05:46 | Permalink | Comments Off

Maar menske toch, zo erg is het allemaal niet.

Toots Thielemans heeft drie maanden in bed gelegen. Vorig jaar heeft hij een half stuk tournee afgezegd, zo moe was hij. Maar vanavond stond hij er voor het eerst opnieuw. Hij kwam, 84 jaar, voorzichtig op aan de arm van de drummer. Halfweg het optreden verdween hij met de woorden: ik kom direct terug, waarna de muzikanten in hun eentje verder speelden. Ge werd er eigenlijk toch een beetje ongerust van.

Maar een kwartier later was hij er weer. Niks aan de hand goddank. Ik heb nog met Louis Armstrong gespeeld, vertelde hij. In een reklaamke voor Chrysler. Riedelriedel pwep. Louis, I will be there with you soon, zei hij en hij wees naar boven. (gemor in de Zuiderkroon) Of nee, not so soon misschien.

Daarna blies hij van What a wonderful world. En schoon dat het was. Zilveren snor, asem van goud, zeg ik u. Ik weet niet wat het is met zijn mondmuziekses. Maar als ge uw ogen toe doet, ligt er ineens een oude hand op uw schouder. Maar menske toch, zegt Toots dan in uw oor, zo erg is het allemaal niet.

 

Posted by An Olaerts at 01:40:09 | Permalink | Comments Off

Wednesday, January 17, 2007

Zelfportret met mes

 

 

 

(het aan de stok gekregen met Hermanman. misschien wil Peer wel meedoen?)

Posted by An Olaerts at 22:33:09 | Permalink | Comments Off

Ge zijt onze afspraak toch niet vergeten!

Het was te veel vandaag. Kunt ge dit nog veranderen. Kunt ge mij nog eens terugbellen. Ge zijt onze afspraak toch niet vergeten! Doeme toch. En het gepummelte dat ik zelf wilde bellen gaf uiteraard niet thuis. Bij deze verklaar ik de dag voor verbeurd. De telefoon staat af. Surfen kan desnoods naar Martin Parr en de belmensen, lelijke mensen, vervelende mensen, de mensen.

STILLE WENK: Ik kan geen ringtones meer verdragen. De telefoon staat hier al wekenlang op bibber. En dan schrik ik nog als iemand belt. E-mail is zoveel tederder.

Posted by An Olaerts at 17:47:16 | Permalink | Comments Off

Sunday, January 14, 2007

Limburgse wildernis

Aap. Noot. Miet. Piet, Samir en Nurtun. Ik heb leren lezen in de wildernis van Limburg, op een school in de tuinwijk van Waterschei. Medem en ik aan de ene kant van de speelplaats. Roberto en Hassan aan de andere kant. Onder ons aller voeten kropen vaders door de donkere gangen van de mijn. Tegenover ons woonde een Turk. Die schoot vuurwerk af, heel raar, midden in het jaar. Sindsdien heb ik er niets meer van gehoord. Van Rachida niet en van Fatma niet. Ze zeggen dat door de vóóroordelen komt. Nochtans kan ik me niet herinneren dat Nurtun te stom was om te lezen. Vóór we naar het middelbaar gingen, was er helemaal niks aan de hand. Spreek mij niet over vooroordelen als de conclusies blijven aanslepen.
Enfin, première van de zesde Plopfilm, rode loper op de trappen van Metropolis in Antwerpen. Ik moest erheen voor de krant. Wie kom ik daar tegen? Collega De Walrus. Ik noem hem zo omdat hij eigenaardig over land beweegt. Verder is hij vooral een oefening in verdraagzaamheid. Voorlopig tevergeefs. Als ik de walrus zie, ben ik lankmoedig af. Oud maakt helemaal niet mild. Na al die tijd word ik nog altijd wild van de walrus.

Wij zagen elkaar voor het eerst op een reportage over mensen met opgezette huisdieren. Het klinkt als In de gloria, maar het was écht. Helaas. Wij moesten in één auto naar de Vlaanders voor een poes die voor eeuwig in de sofa zat, naast de telefoon in de hal. We waren nog niet goed binnen of de walrus had van het lachen al een vaas omver gelopen. “Vroeger lag Poezie ook altijd in de zetel”, verklaarden ze in de Vlaanders. “Alleen moeten we nu al dat haar niet meer stofzuigen.” Het hielp allemaal niet. Tussen de walrus en mij liep het voorgoed verkeerd.

Tegenwoordig ben ik al blij als ik na de eerste begroeting rap genoeg weg raak. Dat wil zeggen, vóór de walrus alweer stomverbaasd vraagt in welke vroegte ik wel niet vertrokken ben om op tijd in Antwerpen te kunnen zijn. Precies of ik iedere keer uit het Limburgse oergebergte ben ontsnapt. Of ik een wolvendochter ben, groot geworden op een dieet van eikels en rauw schapenvlees. Een mens zou voor minder lastig worden. Nurtun en Samir van de tuinwijk hebben er ongetwijfeld meer ervaring mee.

Ik weet heel goed dat mijn lettergrepen soms lange afstandslopers zijn. Maar daaruit besluiten dat ik helemaal van ver kom, getuigt mijns inziens van weinig vergezicht. Al honderd keer heb ik de walrus uitgelegd dat één ik al jaren niet meer in Limburg woon en twéé dat de Mijnstreek op minder dan een uur van Antwerpen ligt. Het mag niet baten. Mijn exotisme gaat de walrus zijn verstand ver te boven.

Geen idee waar de walrus zelf vandaan komt, maar de weg van de beschaving is vast niet geasfalteerd. De walrus rijdt namelijk rond in een 4X4, mét katrol op de bumper. Voor als hij voorbij Antwerpen van de wereld af valt of zo.

In ieder geval, dat hij bij mij niet meer afkomt met zijn achterlijke verwonderingen. Volgende keer laat ik mijn wellevendheid écht waar voor wat ze is. Hassan en Rachida zijn het ook al een tijdje moe. “Trek uw lip over uw kop, jong”, zeggen ze dan in de Limburgse wildernis.

(verschenen in Vacature)
Posted by An Olaerts at 11:36:47 | Permalink | Comments Off