Monday, April 30, 2007

Puf. Het wil vandaag niet lukken

De kleine fantasiefabriek

wordt soms ambachtelijk gesleur,

ik red het niet met retoriek,

mijn glimlach is een mondhoekscheur.

                                        -hugoo

Posted by An Olaerts at 10:15:52 | Permalink | Comments Off

Sunday, April 29, 2007

Zoeken op surinami

Op ellendige dagen is het altijd een goed idee om in de krantenarchieven te zoeken op trefwoord surinami. Om zo volgend stukje meesterwerk terug te vinden in Het Laatste Nieuws. Marnix Peeters maakt een opmerking. Eduard Van De Walle uit Ertvelde antwoordt.

U draagt een armbandje van Make Poverty History, zie ik.

«Ja. Ik ben tegen armoede. Altijd. Ik zou graag iets willen doen voor de arme kinderen. Ik heb al veel gedaan voor de maatschappij, in België, en in de wereld. Ik heb achttien benefiets gedaan voor de surinami. Gratis. En ik ga veel zingen voor de dode mensen. Allez: juist voor ze sterven. Dat de mensen mij bellen en zeggen: ‘Grootmoeder ligt op sterven, en zij wil Eddy Wally nog eens zien’, en dan haast ik mij ter plaatse. En enkele dagen later bellen ze opnieuw: ‘Grootmoeder is dood, wel bedankt, Eddy Wally’.»

Posted by An Olaerts at 11:01:47 | Permalink | Comments Off

Een jasje van mol

Er zat een mol in de moestuin. Johan wilde hem eerst zelf mollen, maar het lukte niet. Kwam door de buurman. Iedere ochtend als Johan stelling nam met de schop, klaar om bij de minste beweging toe te slaan, bewogen de gordijnen bij de buren en kwam de buurman buiten. Sociale buurman, hardhorig bovendien. Plezant hé, dat nieuwe klimaat, schreeuwde hij vlakbij het oor van Johan. Natuurlijk dat de mol het ook hoorde. Mollen horen goed. Omdat ze niet zien. En dus liet de mol zich niet zien. Van ellende ging Johan terug naar binnen.

 

Het schoot niet op met de mol. Hij woelde de bedjes van jonge sla overhoop. Daarom had Johan Kristien naar het tuincentrum gesommeerd om iets te halen. Moet hij dood of wilt ge hem laten leven?, had de man van het tuincentrum gevraagd. De mol moest dood. Omdat Johan en Kristien niet goed wisten wat ze met een levende mol moesten. Ze zagen zich bij nacht en ontij al door het dorp rijden met een kartonnen doos op schoot om de mol in een andere hof uit te zetten. Kortom, er zaten puntige tanden in de moestuin nu. De veer stond strak, maar voorlopig bleef het afwachten.

Kristien vertelde van de mol en de moestuin aan de keukentafel. Het was een gezellige middag, ondanks de voorbedachten rade. Ik heb alles opgeschreven, met vulpen, op dunne crèmekleurige blaadjes, in een boekje met een zwarte elastiek en een geheim vak achteraan. Als ik ergens op bezoek ga ik het bijna altijd prijs. Ik drink een sloot koffie, neem afscheid aan de deur, zit daarna voor dezelfde deur notities te nemen in de auto. Het is een soort dieverij, maar ik kan het (op gevaar dat ik stilaan nooit meer ergens op bezoek mag) niet laten. Desnoods beroep ik mij op mijn beroep. Alle sjieke zinnen zijn van mij. Ik bewaar ze in notitieboekjes met een jasje van mol. Echt! Het boekjesmerk heet Moleskine, wat raar Engels is voor mollenvel.

Het mag wat kosten trouwens zo’n Moleskine. Twaalf euro én meer voor 192 bladzijden. Komt bij dat de Moleskine een klassieker is voor intellectuelen. Ernest Hemingway kribbelde Moleskines vol. Louis Ferdinand Céline ook. En Henri Matisse. En Bruce Chatwin. Je kunt maar beter geen prullen opschrijven in boekjes met een jasje van mol. Een mol laten sterven voor een paar aardse onbenulligheden, dat doe je niet. Geen ijdele gesprekken dus in een Moleskine, geen loze praat, geen boodschappenlijstjes en al helemaal geen fallisch gedroedel.

Zo komt het dat mijn allereerste Moleskine een heel kalenderjaar onbeschreven in mijn verzamelde sacochen heeft rondgezworven. Er was geen enkele zin die goed genoeg was. Gelukkig heb ik intussen alle valse bescheidenheid laten varen. Het maakt niet uit wie ik moet interviewen. Iedereen gaat de Moleskine in. Graag zelfs, want het zwarte pelsje en de cèmekleurige bladzijden getuigen van kwaliteit. Het papier is sjiek en daarmee de zinnen die erop staan ook. Moleskines zijn een zaak van marketing. Ik moet er alleen niet bij vertellen dat drie pagina’s eerder schielijk een mol is overleden in de moestuin.

 

(eerder verschenen in Vacature)

Posted by An Olaerts at 10:51:19 | Permalink | Comments Off

Wednesday, April 25, 2007

Tante Annie verovert de wereld

 
(Verover zelf de wereld en stoef mee. Ik zit -ter verklaring- niet graag in een vliegtuig en ik hou niet van de E40.)
Posted by An Olaerts at 09:35:31 | Permalink | Comments Off

Tuesday, April 24, 2007

Tante Annie legt een ei

(en wel in de hondenmand van de Brakke Hond)

Posted by An Olaerts at 20:31:37 | Permalink | Comments Off

Monday, April 23, 2007

Bewijs van cloaca

Ik schreef verkeerdelijk dat Fokke en Sukke twee bepiemelde eenden zijn uit het NRC. Dat van die piemels en het NRC is waar, maar één van de twee is een kanariepiet in plaats van een eend. Met dank aan T., de man met de rommelige Freelander. Fokke is de eend. Sukke de kanarie. En cloaca’s hebben ze ook. Ten bewijzen:

 

 

Posted by An Olaerts at 11:53:04 | Permalink | Comments Off

Sunday, April 22, 2007

Jarig vergaderen

“Niks”, zei ik. “Ik ga gewoon werken. Het is vergadering. Kan ik nog eens met de mensen praten.” Mijn zuster zuchtte. “Goed, dan komen we zondagmiddag brunchen. Zorg dat ge iets in huis hebt. Een taart op zijn minst. Het is uw verjaardag.” En dus heb ik zaterdag tot diep in de nacht gedweild, gewrongen en gestofzuigd. (Tante Annie zou niet willen dat haar petekind zich zou verslikken in de pluizen onder tafel.) Zondagochtend stond ik een beetje treurig aan te schuiven bij de bakker. (Vlaams-Brabant heeft geen verstand van Limburgse vlaaien.) Maandag zat ik in het geniep jarig te wezen op de vergadering. (Zonder taart en zonder pralines.) Professioneel ontsnap ik al mijn hele carrière aan traktaties. Alleen mijn familie blijft volharden in de vrolijkheid.

“Niks wat plaats inneemt. Ik heb alles al”, antwoordde ik. “Ik wil alleen nog inhoud. Ik zal u anders wel een paar titels mailen.” Mijn moeder zuchtte. Ze zag zichzelf alweer naar de boekwinkel stappen met een post-it aan bestellingen: de catalogus van Erwin Wurm (bestaat wél echt, wat de verkoper u ook zegt), de nieuwe van Amélie Nothomb en eventueel de vogelgids van Hans Dorrestijn. (Ik som vrijblijvend op. Je weet nooit dat er Vacaturelezers zijn die inzitten met mijn blijdschap.) “Inpakken?” “Ja, cadeaupapier.” Gelukkig dat de tijd van wilde muziek voorbij is. Op vroegere verjaardagen dook mijn mijn moeder steevast in de platenwinkel op met papiertjes van In Utero (Nirvana) en Pretty Hate Machine (Nine Inch Nails). De platenboer viel van de ene verbazing in de andere. Mijn moeder was zich van geen enkel kwaad bewust. Ook niet toen er op een mooie verjaardag Die Laughing (Therapy?) op het gedicteerde briefje stond.

Echte oude tantes zingen nu waarschijnlijk in tremolo: “Maar kind, wat dwaalt gij! Ge moet in mensenjaren tellen, niet in hondenjaren. Voor dertig jaar doen wij onze jas zelfs niet meer uit.” Het kan me niet op andere gedachten brengen. Al verjarend raak ik mijn talent kwijt, krijg ik ervaring in de plaats. Het doet me denken aan een leeg glas limonade en een snor van suiker. En God beware mij de tijd dat jonge talenten elkaar op de vergadering zullen aanstoten om op te merken dat de ouwe persrat een échte snor heeft onder haar neus…

 

Iedere verjaardag wens ik mezelf hetzelfde toe: een reis naar Polen, land zonder verjaardagen. Ik versta niet waarom ik verjaren een plezier zou moeten vinden. Het woord verjaren zegt het zelf: door verloop van een bepaald aantal jaren niet meer van kracht zijn. Kortom, ieder jaar ben ik weer een jaar te laat. April dan ook nog, want pril ben ik hoe langer hoe minder. Midlife, quarterlife, quarterback, het maakt niet uit. Dat ik deze dagen stiekem naar brommers (Honda Shadow VT 125C) zit te surfen is een teken aan de wand, een extra jaarring onder mijn ogen. Heel misschien dat het later beter wordt, maar voorlopig geloof ik er niet in. En daarom houd ik me volgend jaar opnieuw gedeisd, zonder taart en zonder pralines. Voor je het weet zit ik op een versierde stoel te vergaderen en doen de collega’s van Hiep, hiep, hiep! Géén verjaringen in het geniep!
 
(eerder verschenen op de laatste bladzijde van Vacature

 

Posted by An Olaerts at 15:25:17 | Permalink | Comments Off

Friday, April 20, 2007

De échte Tante Annie

Voor al uw avondvullend vermaak is er nu de échte Tante Annie. Bekijk ook even de videootjes. Die heeft ze samen met een accordeonist -helaas pindakaas- ondersteboven opgeladen. (Al ligt dat misschien aan mijn eigenste Microsoft.)
Posted by An Olaerts at 23:28:36 | Permalink | Comments Off

In het kabinet neus, keel en oren

In het kabinet neus, keel en oren hing een poster met levensecht en in kleur een stuk of vijftig keelgaten. De specialist keek in mijn oor en sprak: “Ge hebt geen gat in uw trommelvlies. Het hangt er alleen wel bij gelijk een slecht opgezette circustent.” Een geluk, noem ik dat.
 
 

Posted by An Olaerts at 11:10:11 | Permalink | Comments Off

Thursday, April 19, 2007

De individualisering van de maatschappij

Fokke & Sukke zijn twee bepiemelde eenden uit Holland met een rubriekske in het NRC. Dees dagen worden ze rijk met hun geschiedenisboek: De historische canon van Fokke & Sukke. Een deel daarvan valt gratis van internet te sleuren. Ik snap niet alles even goed, maar deze (over de individualisering van de maatschappij sinds 1948) wel.

 

Posted by An Olaerts at 16:03:52 | Permalink | Comments Off