Übungen mit Eef #6
Les 6:
Waar blijven échte lopers onderweg met hun sleutelbos?
Brahim loopt lekker weg. Voorts herken ik weinig liedjes.
Les 6:
Waar blijven échte lopers onderweg met hun sleutelbos?
Brahim loopt lekker weg. Voorts herken ik weinig liedjes.
De wind stond verkeerd voor het station van Brussel Noord. Er woei een walm van pis en volle mannenblaas door de tunnel van het Noordplein. Recht in ons beider neus. Hij vroeg van wie het blauwblinkende gebouw was, links van het zebrapad. Belgacom, zei ik, our national telecommunication company. Hij deed alsof hij onder de indruk was. Om mij een plezier te doen of zo. Want ik weet heel goed dat in Dubai alles blinkt. Ik heb de Burj al Arab wel eens in een boekje zien staan, een zeilschip van glas, 321 meter hoog op een zelfbedacht eiland in de Perzische golf. In Dubai draaien ze hun hand niet om voor honderd verdiepingen meer of minder.
Hij vertelde dat hij Egyptenaar was, maar in Dubai werkte als hartchirurg. Hij logeerde vier dagen in Leuven voor een hartchirurgencongres. Ik beschoot hem met vragen als stonden we in Libanon. Tenslotte ben ik een kind van mijn tijd, dat wil zeggen van na de Verlichting. Alles moest bevraagd worden. Als hij wilde liegen, had hij zich moeten voorbereiden, maar hij liet zich niet vangen. Ibis Hotel, antwoordde hij zonder verpinken, daar logeerde hij.
Het stelde me gerust, want normaal ben ik in Brussel Noord standaard bang van gebronzeerde mannen. Sterker nog, bij uitbreiding ben ik in Brussel Noord bang van alle mannen. Ze willen altijd hetzelfde: iets vervelends, iets seksueels of iets met geld. Kortom, ik had mijn best gedaan om de man te ontwijken, maar het was mislukt. Zodoende was ik voor de eerste keer in mijn leven ongedwongen aan de praat geraakt met een Egyptenaar. Terwijl ik Egypte alleen maar ken van de zeven plagen en Mozes in een mandje op de Nijl.
Daar komt bij dat hij er niet uitzag gelijk een hartchirurg. Hij zag eruit of hij durum verkocht op het Bethlehemplein achter het zuidstation. Waarom had hij ook geen pak aan en waarom droeg hij in zijn hand een plastieken zak precies gelijk alle viespeuken op de noord. Professioneel kon je hem niet noemen, maar ik schaamde me toch voor mijn eerste reactie. Mezelf kennende had ik bovendien geen moeite gedaan om het te verbergen. Enfin, het minste wat ik kon doen was de hartchirurg de trein naar Leuven wijzen. Bij de roltrap gaven we elkaar een hand die voelde als een pietluttige vrede onder de perrons van Brussel Noord. Goed thuis in Dubai, zei ik. De wereld is niet klein geworden. De mens is klein gebleven.
(Eerder verschenen in Vacature, met een mooie tekening overigens van Klaas Verplancke)

(Ene Simone Lueck is naar Cuba geweest om televisies te trekken. Ook de Russische buskotjes op dezelfde site zijn raar.)
Nooit gelopen, nooit gekund. Maar nu alle hoop op Evy gevestigd. Het schijnt dat het een hobby wordt.
Les 5:
Het ging niet. Van geen kanten niet. En Evy deed raar, werkte op de zenuwen, bralde er maar op los. Dat ik andere schoenen moet kopen als ik 1500 km heb gelopen. Terwijl ik verdoeme al was gestopt omdat ik geen lucht meer kreeg. O Enfin, kom ik scheef van ellende terug thuis, blijk ik les 35 op de MP3-speler te hebben gesleept. Probeert gij anders maar eens over 30 lessen tegelijk te springen.
Maandag, kwart over acht ’s morgens. De krant steekt nog in de brievenbus omdat mijn pyjama niet geschikt is voor het alziend oog van de buren. Ik zit verfrommeld op het balkon met koffie nummer drie. De speelplaats van de gemeentelijke basisschool is leeg. En stil. Er rijdt een meisje voorbij op een fiets. Ze trapt door op eigenaardige wijs omdat haar beentjes zijn te kort voor de pedalen. Communiefiets natuurlijk, ambitieus en op de groei gekocht. Jezus Christus heeft drukke weekends achter de rug, kinderzieltjes veroverd en de verkoop van wereldbollen de hoogte ingejaagd. Brave kindertjes hebben een fiets gekregen. Heidense kindertjes ook. Het is lentefeest voor iedereen.
Ik plooi mijn benen over de balustrade en vraag me af hoeveel ouders vanochtend al een oorlog hebben uitgevochten, want ongetwijfeld zijn er stamboomscheuten die op hun nieuwe rolschaatsen naar school wilden, op de quad of per pony express. Opvoeden is erg vermoeiend, zeggen ze. Laatst vroeg iemand me nog of ik ook monsters in huis had, van de ondersoort die aan tafellakens trekt en chipszakken opvreet in supermarkten. Nee. Ik heb er geen ervaring mee. Met kinderen niet en met mislukte pedagogieën niet. Ik vind mezelf een zeer geslaagd educatief project en verder hoeft het besef niet te reiken. Het enige wat ik weet is dat kinderen niet a priori lief zijn. Ze zijn gewoon klein, dat is wat anders. En of Jezus nu in hun hartje is gekomen of niet maakt geen enkel verschil. Ten bewijzen het geschreeuw dat intussen opstijgt vanop de speelplaats. Zelfs als ik de deur van het terras dicht doe en in de woonkamer onder een deken ga zitten, hoor ik ze nog.
Soms schieten er namen bovenuit. Lunaaaaargl! Beeeeeeerend! Ssssssthomas! Waardoor ik willens nillens benieuwd ben uit wie ze deze keer een stuk gaan bijten. Misschien dat het kindervreugde nieuwe stijl is, maar ik vertrouw de zaak niet. Soms brullen ze zo hard dat ik vrees dat ze elkaar de kop zullen inslaan. Ik ben er stellig zeker van dat als Diddl naast briefpapier ook vlindermessen en boksringen in in het assortiment zou opnemen, er minstens gewonden zouden vallen op de speelplaats. En bespaar ons Heer, de rocketlauncher van Spongebob. Ik mag er niet aan denken wat er na een speelkwartier nog van mijn toekomstige pensioen zou overeind staan.
Want laten ons wel wezen, de verzamelde communicanten op de begane grond zijn wel de garantie op mijn pensioen. In 2000 hadden we nog 100 communicanten per 40 gepensioneerden. In 2030 zullen dat er nog maar 63 zijn. En tegen de tijd dat ik de verpleegster moet bellen om van mijn terras af te kunnen, moet ik het wellicht rooien met de werklust van één schamele communicant op een veel te grote fiets. Daarom dat het uitzicht op de speelplaats mij zorgen baart. Tot de bel gaat en de ongetemde stammen in rijtjes van twee naar de klas verdwijnen. Met brave kindertjes ben je beter een beetje voorzichtig. Met heidense kindertjes bij uitbreiding ook. Want herfst wordt het voor iedereen.
Les 4:
In sommige straten ruikt het ’s middags naar kroketten.
Ik durf nog altijd het bos niet in. Ben niet rap genoeg voor de exhibitionist.
Nooit gelopen, nooit gekund. Wel veel baantjes getrokken, maar sinds een jaar of twee genoeg van het nat en de mannen die juist op de plaats gaan hangen waar gij moet draaien.
Les 3:
Niemand moet mij onderweg de weg vragen. Ik woon NIET in de buurt.
Een trainingsbroek doet mij dikker lijken.