Als het regent, is het veilig. Schijnt de zon, moet een mens oppassen. Tussenin heb ik meestal prijs. Hulpagent Leman zuigt haar longen vol en zet er flink de pas in. Ze heeft een grote boezem, draagt een blauwe trui en aan haar lederen broeksriem hangen handboeien. Hulpagent Leman heeft briefjes op zak, die heeft ze in het commissariaat afgestempeld en van een paraaf voorzien. Zodoende moet ze op de plaats der overtreding enkel nog nummerplaten noteren.
Hulpagent Leman marcheert met een klapper door de stad en spiedt onverdroten naar kleine misdaden. Ze is een voorbeeld voor het korps.
Op de vijftiende van de maand zijn er parkeerwisselingen. Dan begeeft hulpagent Leman zich benieuwd naar de betreffende straten. Wie niet maakt dat hij tijdig overvaart, krijgt een briefje van hulpagent Leman. Tenzij het regent, want hulpagent Leman föhnt haar kapsel zelf en -kwaliteitsspray van Elnette of niet- haarlak kan lelijk kleven. Op natte dagen doorkruist hulpagent Leman de stad van portiek tot portiek. En als het écht pijpenstelen regent, treft men hulpagent Leman soms aan in bushokjes, om heur haartooi te vrijwaren. Want hulpagenten krijgen geen kepi en plastieken kapjes komen gezag noch geloofwaardigheid ten goede.
Om ongehoorzaamheden te plannen, slaat men best de ogen ten hemel op om zich ervan te vergewissen of hulpagent Leman los is. Brandt de zon boven de grote markt, dan is hulpagent Leman wellicht slecht te been. Aan haar gestel ligt het nochtans niet. Het geval wil dat hulpagent geplaagd zit met een dikke nylon pantalon en comfortabel schoeisel. Praktisch in onderhoud, maar een pest bij temperaturen hoger dan 28 graden. Op zulke ogenblikken vergeet hulpagent Leman dat de broek zich laat strijken gelijk een zakdoek en wenste ze dat ze de veterschoen met rubberzool mocht inruilen voor een opengewerkte muil van Ara.
Hulpagent Leman komt met de scooter naar het werk, een blauwmetallieke Piaggio Liberty uit 2004. In het vak onder het zadel zit een flacon haarlak voor noodgevallen, daarbij een lunchpakket met boterhamworst en een appelsien. ’s Middags is er koffie op het commissariaat. Zo gaat het al een jaar of tien. In 1996 heeft Ida Leman met vrucht de basisopleiding beëindigd waarna ze door de burgemeester werd benoemd tot hulpagent. Hulpagent Leman nadert intussen de vijftig, maar is nog steeds een aanwinst voor het korps. Van een graad tot inspecteur van de politie droomt ze niet meer. Hulpagent Leman heeft een paar keer deelgenomen aan de overgangsproeven, maar werd helaas niet weerhouden.
Althans, dat denk ik, want eigenlijk heb ik hulpagent Leman nog nooit gezien. Ik ken haar alleen van de stempel en de paraaf onder de ruitenwisser. Hulpagent Leman! Wie is dat mens? Wat heeft ze tegen mij? Waar doet ze het voor! En wat is dit voor een carrière! Daarna mep ik het briefje in opperste verontwaardiging op de grond en stamp het met mijn schoen plat. Tot zover het verhaal van de automobilist met nummerplaat AKG-567.
(met dank aan de man met de audi, er is minstens één eindrecteur die wél deugt)