Fonny van het internet
Iedere morzel verlof die Fonny op het ministerie lospeuterde ging naar het internet. Foto’s maken, foto’s opladen, verslagjes typen, energie en puf dat daarin kruipt! Een mens moet er wat voor over hebben, zei Fonny. En Fonny ging door. Dat hij blij was dat hij vastbenoemd was. Dat hij een échte job had. Dat hij goddank niet van de journalistiek hoefde te leven. Ik verslikte me in de laatste vork lasagne en Fonny van het internet klopte me collegiaal op de rug. Stulbudurvur, reutelde ik. Maar Fonny van het internet verstond me niet.
Als ze me nog eens om de oren slaan met user generated content, de doorgedreven democratisering van het internet, de teloorgang van de papieren journalistiek en het nieuwe koninkrijk van de amateur, weet ik wat ze bedoelen: Fonny van het internet.
Sommige mensen vinden dat ik een beetje op Omar Sharif lijk, zei Fonny, maar voorts moest iedereen maar voor zichzelf uitmaken of de verwarring verantwoord was.
Fonny liet me zijn perskaart zien. Het was geen échte perskaart. Daarvoor moet je de handtekening hebben van twee officiële peters. En niemand van de verzamelde beroepsjournalisten wil de peter zijn van Fonny. Fonny vond het spijtig.
Ook dat er Alphons stond in plaats van Fonny, vond Fonny jammer. Allez, Alphons, wie noemt zijn kind nu Alphons! Wat moeten de mensen wel niet denken. Precies of Fonny was een Alphons met een tuinhuisje in de spoorwegberm. Een Alphons met een engel van beton op de brievenbus. Dat soort Alphons. Daarom had Alphons besloten tot Fonny, precies hetzelfde, maar dan vrolijker. Moderner ook. En bovenal beter passend bij de hobby’s van Fonny, met name het internet, de showbizz en de journalistiek.
Intussen wemelt het online van © Fonny en All rights reserved by Fonny. Ik heb er niets op tegen, zeker niet op internet. Maar nu zat Fonny van het internet náást me in het vliegtuig. Hij legde uit dat niet iedereen hem als Fonny kent. Fonny bleek een periode te hebben beleefd waarin hij zich Al liet noemen, op zijn Engels, ook van Alphons, maar dan langer geleden. Toen er nog geen internet was, zei Fonny. Ik wou dat ik het zelf had verzonnen.



