Was het nu Mark Eyskens die niet graag boodschappen deed? Het was jaren geleden dat hij in de GB geweest was, vertelde hij in een interview. Hij had er een hekel aan en daarom kwam hij er niet. Bijna nooit niet. Zijn echtgenote deed de inkopen en hij schreef de haiku’s.
Zalig, zee van zilt en zwijgen!
Ik hoor je golven hijgen
en het bruisen van je koortsigheid.
Geen enkel lied kent deze majesteit.
Ik doe ook niet graag boodschappen. Het verschil tussen mij en Eyskens is alleen dat ik het mij niet kan permitteren. Ik sleep mezelf haast iedere zaterdag naar de GB. Eventuele haiku’s bedenk ik onderweg.
Cif en toiletpapier
(dat zachte met het hondje)
vuilniszakken ook.
Maar vorige zaterdag was alles anders in de GB. Tante Monique zat achter de kassa en een hele rij klanten stond verbaasd te lachen tussen de pakjes kauwgom. Meestal zeggen caissières niet veel. Ze scannen de dingen troosteloos. Hun schouders zitten vast van de stress. En de flinterdunne draagtasjes plakken altijd, altijd aan elkaar. Nee, caissières beleven ’s zaterdags nooit de lol van hun leven. Tante Monique wel. Ze duwde op het pedaal van de band, een krant schoof vooruit en en Tante Monique begon. Dat ze de krant in stukjes en beetjes las, terwijl hij de hele morgen voorbij piepte. Tante Monique lachte luid. De klanten lachten stilletjes.
“Ik koop geen krant”, zei tante Monique, “en naar het nieuws kijk ik ook niet. Altijd dezelfde miserie. Ik heb wel een televisie hoor, maar die staat altijd op TMF. Hard! Muziek moet klinken, vind ik. Het poetst ook beter. Ik heb graag laweit. Gelukkig heb ik goei buren, Turken aan twee kanten. Heel lieve mensen. ’s Avonds doen ze het licht aan van boven tot beneden. Het is een teken dat ze niet slapen. Hoef ik TMF niet af te zetten. Wel raar dat ze zo laat gaan slapen. Die kleintjes ook. Laatst belden ze aan de deur. Toen ik opendeed schoten ze van schrik bijna de brievenbus in.” Tante Monique lachte hard. Een fles Cif piepte voorbij.
“Mevrouw”, zeiden de Turkse buurkinderen, “mogen wij noten komen rapen in uw tuin?” “Natuurlijk”, zei Tante Monique. “Dus die kinderen terug naar huis voor mandjes en nog andere kinderen. En maar rapen. Ik heb twee grote bomen in mijn hof, met veel dikke noten. Ik krijg ze van mijn leven zelf niet op. En schoon van tint dat ze zijn dit jaar. Ik heb het dochtertje van mijn zuster wijsgemaakt dat ik ze zelf geschilderd heb. Hahaha. Amaai Tante Monique! zei ze, hebt gij daar dan veel werk aan gehad? Heel veel werk, Stefanieke! heb ik gezegd. Tante Monique is er de hele dag mee bezig geweest. Hahaha.” Tante Monique lachte hard. En een pak toiletpapier piepte voorbij.
“Wat een quatsch van mezelf”, ging Tante Monique verder. “En dat kind maar denken dat Tante Monique met waterverf geknoeid had. Terwijl het gewoon mijn hondje is geweest. Hij piest altijd tegen die bomen aan. Komen dikke noten van. Hahaha.” Tante Monique lachte hard. De klanten voorzichtig. En een rol vuilniszakken piepte voorbij. Soms weet Mark Eyskens niet waarover hij spreekt.
(eerder verschenen in Vacature)