Een stukje uit de oude doos
Naar aanleiding van dit weekend een halfverteerde spaghetti vongole en een stuk bleek geworden aubergine op de achterbank van een firmawagen, een stukje uit de oude doos, ik geloof verschenen ergens in 2003. Enfin, de flesjes Vedett in de ijskast ten spijt, ik drink nooit meer wat.
Beste beschermengel,
Graag wil ik u melden dat ik de afgelopen week meer dan eens ben overleden. Twee dagen lang, beste engel, lag ik in bed te sterven van de darmkrampen. Desondanks van u geen spoor. Géén mandje met fruit, géén chocolaatjes voor troost. Beleefd is het niet, maar ik wil er niet aan tillen. De voedingswaar zou waarschijnlijk toch maar onverteerd terug naar buiten zijn geschoten. Maar dat u me onbezorgd liet creperen zal ik niet licht vergeten. Ik wist werkelijk niet dat engelen zo laag konden vallen.
Dood door diarree, had u dat voor mij in petto? Hoe hoffelijk. Ik moet toegeven dat ik op andere, glorieuzere uiteindes had gehoopt. Wat zegt u? Het is onbetamelijk voor een mensenkind om een goddelijke boodschapper te beledigen? Pardon, maar u bent van het onsterfelijkste crapuul dat ik ooit heb meegemaakt. Als alles in orde is met mijn stoelgang heb ik dat zogenaamd aan u te danken, maar als mijn darmfauna gaat muiten, gebaart u van niets. Zachtjes gezegd, zoiets wringt bij mij als een banaan bij constipatie.
Oh, wat nu? Gaan we dreigen met hiernamaalse afrekeningen? Als het op die manier moet gaan, kan uw geluk van rijstebrij me voortaan gestolen worden. Het enige wat me spijt, is mijn gebrek aan Afrikaanse mildheid. Want als ik even mag aanstippen, qua engelachtige klantenservice is het hele Afrikaanse continent er gekwadrateerd erger aan toe dan ik. Ik voorspel u bovendien, beste beschermengel, de hemel zal er niet goed van zijn als ik met buikgriep boven de wolken verschijn. Want laat ik u toch vooral mijn smeuïg ziektebeeld niet besparen. Beste beschermengel, dit zouden wij, stervelingen, zelfs geen diarree meer durven te noemen.
Nee, ik heb vorige week de grenzen van platte kaka afgetast. Kromgetrokken zat ik te zuchten op het toilet. Niet wetende welke van mijn in- of uitgangen zich als eerste zou overgeven. Het spuug was bittergroen en schuimend, de darminhoud warm en troebel. Een waarlijk fijne saus voor op uw eeuwig leven allerminst, meer wilde ik u niet wensen.
Dag beschermengel,