Verontwaardiging bij de apotheker
(Bijna een scène bij de apotheker)
Man: Zijt gij een meneer?
Vrouw: (verontwaardigd) Nee! Ik ben geen meneer!
Man: Ik wilde zeggen: zijt gij met die meneer?
Vrouw: Ook niet.
Man: Zijt gij een meneer?
Vrouw: (verontwaardigd) Nee! Ik ben geen meneer!
Man: Ik wilde zeggen: zijt gij met die meneer?
Vrouw: Ook niet.


Wij zaten vorig jaar te signeren in dezelfde gang van de boekenbeurs. Een rij dat er bij hem stond! Ja, zo kan ik het ook. In plaats van door te doen. Nee, hij babbelde en hij babbelde maar. En de mensen maar wachten. Niemand kon voor- of achteruit. Op zeker moment moest ik naar toilet. Vermassen maakte uitvoerig praatjes met een blonde juffrouw. Tot zover. Maar toen ik terug kwam van de wc was hij nog altijd in de oogjes van die blonde del aan het kijken. Sindsdien weet ik waarvoor Vermassen het doet.

Verder heb ik tevergeefs opnieuw geprobeerd om oesters lekker te vinden. Lukt nooit. Ze blijven smaken naar de slokken Noordzee die ik als kind heb binnengekregen omdat ik niet hoog genoeg over de golven kon springen.
Ik heb het even helemaal gehad met de dringendheid. Mocht ik kunnen tekenen, ik nam mijn schaap en ik trapte het af. De groeten. Ellendelingen.

In Leuven is een schoenwinkel die reclame maakt met behulp van het schoeisel van Rik Torfs. Zijn beeltenis hangt onder anderen boven de kassa. Rik Torfs draagt schoenen van hier, staat er met een pijl naast.

Zoiets vind ik nu raar zie, de wetten van de verleiding in gedachten. Moeten fantaseren over de grijze sokken in de aangeprezen professorenschoenen is er enigszins te veel aan.